DiejongenvanJungen       Blues en Meer      

Home is where the heart is        

Ted Oberg

Dit jaar verscheen er een album van OBERG, een CD die de Nederlandse Blues scene een beetje overrompelde. De onmiskenbare spil in deze “oude” nieuwe formatie is gitaar veteraan Ted Oberg. Een kind van de Haagse ‘beat’ school uit de roerige 60er jaren. In 67 richt hij met vrienden Livin’ Blues op maar in tegenstelling tot veel van de Haagse Beat bandjes geniet LB aanvankelijk niet echt veel commercieel succes.  Alles veranderd met Wang Dang Doodle in 1971. Livin’ Blues blijft tot ver in 80er jaren een begrip in Nederland en zeker ook daarbuiten. Ted Oberg blijft in al die tijd zijn invloeden en roots trouw en groeit uit tot en van de weinige autoriteiten op het gebied van de gitaar in Nederland. Hij schrijft voor muzikantenbladen, geeft les op het conservatorium en blijft actief als muzikant, wars van Glamour en glitter maar met de ‘drive’ van de echte purist.

Ted Oberg de grote onbekende bekendste gitarist van Nederland. Tijd voor een E- gesprekje met deze bedachtzame Hagenees. Terug naar de jaren 60.

TO:"In de zestiger jaren was er in Den Haag een ware hausse van popbandjes. Bij wijze van spreken was er in elke straat wel een 'beat' groep te vinden, waarvan er verschillende behoorlijke hitsuccessen hadden (Motions, Golden Earrings en Q65 om er maar een paar te noemen). Al deze groepen waren min of meer pop georiënteerd. Livin' Blues was wat repertoire betreft een vreemde eend in de bijt. Hitsucces was er voor ons aanvankelijk in de zestiger jaren dan ook niet bij. Natuurlijk keken we wel eens met een zekere afgunst naar andere bands. Overigens hebben wij ons nooit echt thuis gevoeld in deze Haagse 'beat' scène en zijn we, ondanks dat we in eerste instantie een groep uit de residentie waren, nooit echt populair geweest in Den Haag."

Het was in de jaren 60 ‘bon ton’ om als pop bandje te koketteren met oude Blues mannen. Denk maar aan Pink Floyd ( de naam!) en de Rolling Stones. Voor LB lag dat anders de voorbeelden waren niet zomaar muzikanten, het was bijna een way of life een gevoel dat de mannen in de postnatale fase van LB innig deelden met elkaar.

TO: "Ik heb samen met bassist Ruud Fransen eind jaren zestig Livin' Blues opgericht. Met de eerste zanger Djorn Pool (een klasgenoot van mij, we zaten beiden op de Haagse kunstacademie) en drummer Nicko Dijkhuis er bij hadden we een band die, zoals de naam het al zegt, zich geheel ging richten op bluesmuziek. Onze grote voorbeelden waren onder anderen Howlin' Wolf, Muddy Waters, Paul Butterfield, Buddy Guy, Albert King, maar ook Nina Simone en de toen florerende Britse blues scène (Clapton, Fleetwood Mac, Mayall). Deze allereerste bezetting van Livin' Blues heeft in de toenmalige legendarische Haagse GTB studio samen met Hans Vermeulen twee demo's opgenomen die jaren later gerestaureerd en gedigitaliseerd zijn verschenen op een verzamel-cd." (1993, The early Blues sessions, Pseudonym cdp 1007 CD, red.)  

Pas na vier jaar in 71 kwam er single succes met Willie Dixons Wang Dan Doodle, van een clupje gedreven muzikanten uit de hitparade marge groeit LB uit tot een top act. Aanvangelijk wordt de band geproduceerd door ex Earrings drummer Jaap Eggermont maar de veranderde status van de band maakte mogelijk dat er een Top producer aan boord kwam in de gedaante van Mike Vernon, een man die werkte met oa Fleetwood Mac en in 72 met Focus. Ted over die periode:

TO: "Het singlesucces veranderde veel voor de (commerciele) status van de band. We werden sindsdien beschouwd als een topgroep met als gevolg meer en betere faciliteiten bij de optredens, betere gages, meer publiciteit enz.  Jaap Eggermont heeft veel betekend voor de ontwikkeling van de band. Zijn kennis van productie en bandervaring hebben in hoge mate bijgedragen aan het ontstaan van de singlehits en elpees. Wij kregen op een zeker moment het aanbod om in Engeland bij Mike Vernon platen te gaan maken. De samenwerking was goed maar het resultaat viel uiteindelijk toch tegen. Ik moet er wel bij zeggen dat de bandleden onderling steeds slechter functioneerden en dat de groep eigenlijk al over z'n hoogtepunt heen was. De tweede formatie van Livin' Blues (met Nicko Christiansen en John Lagrand) hield niet lang daarna dan ook op te bestaan."

Pas in 1986 was het avontuur Livin’ Blues echt over voor Ted Oberg.

TO: "De derde bezetting van Livin' Blues (met onder meer zanger Johnny Fredriksz) ging uiteen in 1980. Hoewel, de band ging voor onbepaalde tijd op vakantie, we zijn als groep eigenlijk nooit officieel uit elkaar gegaan. Vooral met deze formatie hebben we veel succes gehad, veel gewerkt in Nederland en daarbuiten, veel platen verkocht enz. Na twaalf jaar constant met Livin' Blues bezig te zijn geweest, was ik het inmiddels wel zat en heb toen vervolgens een aantal jaren praktisch niet gespeeld. Daar kwam verandering in toen Will Sophie mij benaderde voor een sessie. Het idee was een eenmalig optreden maar het werd al gauw duidelijk dat er in het circuit belangstelling voor was. Deze formatie met Jan Scherpenzeel als zanger en mondorganist ging in eerste instantie onder de naam Super Sessie Band opereren. Later werd dat OBERG. Vanaf die tijd tot 2008 zijn er in verschillende bezettingen demo’s opgenomen (ook nog onder de naam Grand Slam), maar echt serieus werd het pas toen er een platendeal werd aangeboden door E-Sound Productions. Met als resultaat het album 'Blues As Blues Can Get'."

In de periode van relatieve windstilte heeft Oberg les gegeven op het Conservatorium, geschreven in muzikantenbladen, was betrokken bij het ontwikkelen van elektronica voor muzikanten. Hij is dus een van de weinige muzikanten die daadwerkelijk afstandelijk naar zijn vak en vakgenoten heeft kunnen kijken. Ted Oberg over vroeger en nu en de Vaderlandse Blues scène.

TO: "Je zal mij nooit horen zeggen dat vroeger alles beter was. Dat is in mijn beleving totale onzin. Elke tijd heeft zijn interessante en minder interessante momenten en ontwikkelingen. Ik probeer in ieder geval altijd open te staan voor nieuwe zaken. Dat kan zijn op muzikaal of technisch gebied of wat dan ook. Maar een aantal dingen koester ik natuurlijk wel. Zo zal ik bijvoorbeeld altijd een groot bluesliefhebber blijven. Voor wat die Blues scène betreft; Ik heb eerlijk gezegd niet zo’n zicht op wat zich afspeelt in die blues scène wat optreedplekken betreft en kan er dus weinig over zeggen. Wat mij wel opvalt is dat veel groepen hetzelfde doen. Daar bedoel ik mee dat veel bands regelrechte klonen zijn van bijvoorbeeld Stevie Ray Vaughan of Gary Moore om er maar eens een paar te noemen."

Komen we weer terug op dat album; “Blues as Blues can get”. Middels dat album, maakt de Nederlandse Blues liefhebber kennis met Liane Hoogeveen. Het moet gezegd worden dat die kennismaking over de gehele linie meer dan prettig was

TO: "Liane Hoogeveen kwam bij ons de studio in en deed precies wat er door de band verwacht werd. Dit soort ervaringen heb ik hooguit een paar keer in mijn leven meegemaakt en het opmerkelijke is dat ze nagenoeg geen ervaring had met het bluesrock genre. Ze is door onze manager Hans Verschoof 'ontdekt'. Overigens heeft Liane al wel veel gedaan op muzikaal gebied en dat strekt zich uit van pop tot jazz. Op onze cd 'Blues As Blues Can Get' bewijst ze absoluut dat ze ook dit genre moeiteloos beheerst."

Het lijkt alsof met OBERG het ‘moeten’ , de onmisbare drive weer terug is in je leven.

TO: "Wat je laatste vraag betreft, voor mij is elk concert alsof ik opnieuw voor de eerste keer optreed. Het is voor mij altijd weer nieuw. Overigens treden we sinds kort in een wat gewijzigde bezetting op. Liane Hoogeveen, Paul Damen en ik zijn weer van de partij. Mick Hup (bekend van Black Top) is de eerste nieuwkomer. Hij speelt gitaar en zingt bovendien heel goed. Nico Heilijgers, die ook in de eerste OBERG-formatie speelde, is de nieuwe bassist."

Gerry Jungen

 

 

 

 

Foto's:

Judith IJland, Cristel Brouwer

met dank aan, Hans Verschoof

  copyright 2009 Die jongen van Jungen rtv prod.