|

Tony Spinner
Rollin' and Tumblin' is het nieuwe
album van Tony Spinner, de 46
jarige gitarist uit Cape Giradeau in Missouri
Amerika. Spinner is bepaald een laatbloeier te
noemen met een volstrekt eigen wil daar waar het
om zijn muziek gaat. De muziek van Spinner is:
Blues Rock van het zuiverste water. Natuurlijk
heeft de keuze voor deze muziekstijl z’n
consequenties voor het leven van Spinner.
Commercieel succes is er bijna niet en Spinner
voorziet in zijn onderhoud met studio werk. Hij
werd geboren in 1963 en werd al snel door zijn
ouders overspoeld met al goede uit de verkrijgbare
muziek;
TS:
Thuis was er in
mijn jeugd altijd muziek, Country, Blues en Rock
& Roll, mijn ouders luisterden altijd naar
muziek. Mijn moeder was een Fan van Tom Jones en
elke week moesten we met z’n allen kijken naar
zijn TV show. Niet alleen Tom Jones werd
bekeken, nee, alle shows waar muziek in zat zoals:
The Smother Brothers, Sonny & Cher, Johnny
Cash en nog een hele rij anderen.
Als kind
sleepte ik immer een kleine transistor radio
overal mee naartoe, ik hield het meeste van de
weekends op de radio want dan was er veel 50s Rock
& Roll!! Mijn
oudere zuster verzamelde singletjes, ze had
werkelijk bijna alle stijlen zoals: The Rolling
Stones, Elton John, The Charley Daniels band en
Paul McCartney’s Wings. Ik vond alles mooi,
vooral de nieuwe Pop muziek, maar mijn hart ging
toch echt uit naar de oude knarren van de Rock,
Chuck Berry en Little Richard, daar ging ik van
uit m’n dak!
Op m’n achtste wilde ik met alle
geweld een Saxofoon, ik denk dat ik hem wilde
omdat de Sax in mijn muziek altijd lekker veel
solo’s kreeg… Die Sax kwam er niet. Toen mijn
zus stopte met gitaar lessen kreeg ik haar oude
akoestische Decca gitaar, ik krijg nu nog zere
vingers als ik aan dat ding denk. Omdat mijn zus
wel piano lessen bleef volgen kon ik vanuit haar
piano boek wat akkoorden leren. In dat boek
stonden namelijk plaatjes bij de
akkoorden zoals ze op de gitaar gespeeld dienden
te worden. Ik leerde mezelf wat boogie woogie
loopjes in verschillende toonsoorten en al snel
kon ik met wat platen meespelen. Een vriendje dat
naast me woonde nam me mee naar de oefenruimte van
het bandje van z’n vader. Het was een Surf
bandje en z’n vader leerde me heleboel nieuwe
akkoorden en Honky Tonk Style. Mijn tweede gitaar
was een heuse elektrieke een waardeloos goedkoop
ding, maar toch: Elektrisch!!! Er zat een kleine
Gibson versterker bij en een 10 inch speakertje
dat gescheurd was en juist die scheur maakte dat
hij heerlijk vervormd klonk…ik denk dat in alle
beperktheid de beste versterker is geweest die ik
ooit gehad heb!...kan ook sentiment zijn hoor
omdat het de eerste was.
Op een zekere en heerlijke dag
zagen m’m ouders in dat dat gedoe op die gitaren
van mij toch wel serieus was en ik kreeg een
Gibson 335 en die heb ik gelukkig nog wel!
Spinner
vertoefde jarenlang in studio’s en speelde met
allerhande muzikanten. Het zou tot 1993 duren
voordat hij zijn eerste solo zou uitbrengen.
Waarom wachtte hij zolang?
TS:
Ik ben nooit
echt een studio muzikant geweest en het was niet
mijn keuze om zolang te wachten met m’n eerste
album. Ik heb eigenlijk altijd opnames gemaakt en
songs geschreven. Het probleem was: het geld. Een
album opnemen was en is een gruwelijk dure
oefening. Er was nooit enige interesse en hulp van
iemand die me financieel kon ondersteunen. Ik
moest alles alleen bij elkaar zien te scharrelen,
totdat ik Mike Varney tegen kwam. Ik geloof dat ik
hem ooit een keer gebeld heb. Dat moet in 80/81
geweest zijn. Mijn drummer kwam de oefenruimte in
met een nieuwe LP. Heavey Metall Heroes Vol.1 Een
Lp vol met onbekende gitaristen die de moeite
waard waren. Achterop de hoes stond een
telefoonnummer en een oproep aan ongekend en
onbekend gitaartalent om zich te melden voor Vol.
2
.
Ik heb gebeld
en kreeg Varney’s antwoordapparaat, ik sprak
mijn boodschap in en de volgende dag belde hij
zomaar terug en vroeg me om een demo tape.
De tape die ik stuurde moet echt
afschuwelijk geweest zijn maar Mike was
vriendelijk en liet na me tot de grond toe af te
branden , wat wel gebruikelijk was met jonge
blagen zoals ik in die tijd.
Jaren later, in
92 deed ik met mijn band een showcase in New York
en je geloof het of niet maar ik kreeg een
telefoontje van Varney. Een vriend van hem had ons
gezien en Mike dacht dat wij perfect zouden zijn
voor zijn label; ‘Schrapnel’. Na wat minuten
zei Mike: Ik ken jouw naam ergens van, maar ik kan
het even niet plaatsen...... Ik hoopte vurig dat
hij zich de tape niet zou herinneren, want dat
ding was zooooo slecht.... Na een half uurtje was
hij eruit en zei:
Je bent in ieder geval een flink eind
vooruit gegaan. Het telefoontje leidde tot 3
albums op Schrapnel! ( Schrapnel werd in
Nederland uitgebracht door Roadrunner GJ)
In die
beginperiode op Schrapnell besluit Spinner in één
keer om met Pat Travers op tour te gaan, een warm
bedje want de stijlen van Spinner en de Canadese
gitaarbeul Travers liggen niet echt ver uit
elkaar.
TS
:Dat met Travers was echt een dream
come true. Ik luisterde vaak naar Travers album Go
for what you know
live en dan droomde ik dat niet Pat Thrall
maar ik de tweede solo’s speelde naast Travers.
Toen ik mijn eerste album: Saturn Blues aan het
afmixen was, kwam Travers binnen (Ttravers was
bezig met het opnemen van een eigen album op
Schrapnel) hij luisterde een paar stukken en vroeg
me of ik niet in zijn band wilde spelen. Hell Yes!!!!!
Zei ik en ik heb een geweldige tijd met hem gehad
on the road.. het enige kloterige was dat ik nooit
heb kunnen toeren om mijn eigen eerste album te
promoten
Tien
jaar lang toerde Spinner met Toto over de hele
wereld. De gepolijste muziek van deze band is zo
hemelsbreed verschillend dat het voor Spinner
misschien wel spelen in een dwangbuis was?
TS:
Toen ik voor het eerst met ze op
tour ging zou het allemaal maar een jaartje duren,
maar het ging maar door. En heel eerlijk moet ik
zeggen dat het mijn gitaarspel allemaal niet ten
goede kwam, ik kreeg gewoon erg weinig te doen op
mijn gitaar tijdens een concert. Aan de andere
kant hoefde Steve Lukather (gitarist Toto) me
helemaal niet te laten spelen, ik was immers
ingehuurd om te zingen! Sterker nog voordat
toetsenist Buddy
Hyatt het vertelde wist Steve niet eens dat ik
gitaar speelde!
Het positieve aan die tien jaar
Toto is dat het wel erg goed voor mijn zang
techniek is geweest……
Ik heb zelf overigens 11 jaar
gewacht met het uitbrengen van mijn vierde album,
weet je, het is onzin om een plaat uit te brengen
als je geen geld hebt voor promotie en adverteren
dan ben je eigen je tijd aan het verknoeien.
Mensen kopen nu eenmaal niet iets waarvan ze het
bestaan niet kennen! Aan de andere kant de periode
met Toto en tijd voor mezelf hebben ervoor gezorgd
dat ik mijn muzikale koers nu echt vast heb en ik
ben een betere muzikant geworden en tja, het heeft
geen enkele zin iets nieuws uit te brengen als je
gewoon niks nieuws te melden heb toch?
In
eerdere interviews is Spinner behoorlijk fel daar
waar het de Amerikaanse muziek liefhebber betreft,
wat dat betreft heeft hij het in Europa veel beter
naar z’n zin, voelt hij zich miskent in Amerika?
TS:
Oh ja, absoluut, ik word er gek
van om te merken dat de mensen die me in Amerika
komen bekijken me het liefste allerlei covers zien
doen. Dat heeft natuurlijk ook te maken met het
gebrek aan promotie dat ik nu eenmaal heb in
Amerika. De cultuur is hier op muziekgebied ook
heel anders, de meeste bezoekers hebben geen flauw
benul wat er gebeurd en met welk gevoel ik speel
of het interesseert ze gewoon geen reet. In Europa
heb ik wel de support van redelijke promotie en
het publiek is anders er zijn gewoon meer vibes in
de zaal, ik heb het gevoel dat het in Europa niet
voor de kat z’n…… is!
Het
nieuwe album Rollin’ and Tumblin is voor een
groot gedeelte live opgenomen in de studio,
Spinner kent de studio als geen ander en dan toch
live?
TS:
D’r zitten
behoorlijk wat overdubs in sommige nummers...tja
als je dan toch in de studio bent dan vind ik dat
je ook gebruik moet maken van alle mogelijkheden
die de moderne techniek je bied! Maar als het
gevoel van de eerste opname gewoon goed was zoals
bij Cathead Biscuit dan ben ik wel zo slim om er
gewoon vanaf te blijven… Rollin’and Tumblin is
eigenlijk het beste van twee werelden en ik moet
ook zeggen dat ik met Michel Muller (bas) en Han Neijenhuis
(drums) een Nederlandse ritme sectie heb die me
het leven een stuk makkelijker maken.
Ik heb eigenlijk maar één
grondregeltje in de business: Ik wil precies
spelen wat ik wil, met mijn eigen complete
creatieve vrijheid. Het moet eerlijk zijn en recht
uit mijn hart komen zonder erbij na te hoeven
denken!! Ik heb een absolute pest hekel aan mensen
die muziek zien als een soort van competitie.
Muziek is een manier om je te uiten…who cares…wie
het snelste is, de meest ingewikkelde of het
hardste geluid heeft??? Het zijn die gekken, die
Wizz kids die de eerlijke muziek naar de vaantjes
helpen. Onzekere mensen met een te groot ego
zouden eigenlijk geen muziek moeten maken. Laten
we het echt en eerlijk houden gewoon recht uit het
hart…en laten we vooral niet onze onwetendheid
verpakken in miljoen nootjes per minuut en die de
liefhebbers door de strot duwen……….
Gerry
Jungen Tony
Spinner Augustus
2009
Voor
concerten in Nederland in Augustus en September
check de agenda!!
met
dank aan Han Neijenhuis voor de Foto's
Ga voor meer info naar www.tonyspinner.com
copyright
2009 Die jongen van Jungen rtv prod.
|