|
Ten til midnight Sean
Chambers
Sonic rendez vous
In
2001 riep het Engelse gitaristen blad; Guitarist
Magazine, Chambers uit tot een van de 50 beste
gitaristen aller tijden. Ook Hubert Sumlin (de
vaste gitarist van Howling Wolf) geloofde in deze
held uit Florida en nam hem in 98 mee op een toer
die vier jaar zou duren. Ten Til Midnight
is het derde album van Chambers en heel eerlijk
gezegd hoor ik al die lof er niet aan af. Talent
is er zeker en ook de drive is er, maar de CD is
bij beluistering erg rechtlijnig. Zoals zoveel
blanke US Bluesrockers wil Chambers vooral erg
hard en valt de nuance daarbij weg. De cover van
bijvoorbeeld Brown Sugar (ZZ Top 1970) is
zo 1 op 1 dat je denkt naar het origineel te
luisteren. Nu is dat op zich ook een kwaliteit
maar van een bewierookt artiest als Chambers
verwacht je net even iets meer! Bij beluistering
is het vooral de vergelijking met Walter Trout die
zich aan je opdringt en ik moet eerlijk zeggen…je
kunt met slechtere vergeleken worden! Ten til
midnight is een doorsnee Blues Rock album
zonder echte hoogtepunten.
000++

I want it all back
Coco Montoya
Ruf
Hij
speelde met John Mayalls Bluesbreakers, hij
speelde met Albert King en met Albert
Collins en vanaf 1995 is Montoya een solo
artiest met eigen band. Vanaf zijn Solo debuut Gotta
mind tro travel wist je precies wat je aan
Coco Montoya had een scheut Britse Blues, een
toefje Albert King en behoorlijke borrel Albert
Collins zo zaten vrijwel al zijn albums in
elkaar, lekker maar behoorlijk voorspelbaar. Voor de
productie van ziin Ruf debuut werd meteen fors
uitgepakt. Keb Mo en Jeff Paris zaten aan het roer
bij deze CD. Het eerste wat aangepakt werd was de
zang. Montoya laat het verhaal en de zanglijn
duidelijk prevaleren op I want it all back,
en de muziek is ondergeschikt gemaakt. Natuurlijk
de briljante solo’s zijn er gewoon maar ze zijn
op deze CD ondergeschikt aan de nummers. I want
it all back maakt van Montoya een completere
artiest en toch mis ik af en toe die nijdige solo,
die er alleen maar is omdat de artiest er toen
even zin in had…,maar dat is een persoonlijke
afwijking vrees ik. De hele CD ademt een beetje de
west coast sfeer en die word versterkt door de
aanwezigheid van Rod Piazza in de standard Fannie
Mae. Voor de fans zal het absoluut wennen zijn
maar een ieder die Montoya al een tijdje volgt is
dit de enige logische stap die hij kon maken om
niet tot een grijze Bluesmuis te vervallen!
0++++

Sugar Lips
Murali
Coryell
Murali’s Music
Stel nou dat
je de zoon bent van een levende Fusion legende en
je wilt eigenlijk het liefst een beetje rocken en
shuffelen en raggen op een ouwe stratt… dan heb
je een probleem vrees ik? Niet in het gezin van Larry
Coryell..Zoonlief Murali hakt er het liefste
op los in de Blues en pa lief helpt hem ook nog
vrolijk op zijn laatst verschenen album Sugar
lips. Van zijn vader heeft Murali een bijna
dwangmatige hang naar diversiteit meegekregen, van
pure Rock & Roll, naar een mierzoet akoestisch
nummer, slow Blues, shuffle alles staat erop.
Trouwens die mierzoete ballad verdient even een
aantekening. Het nummer heet Mothersday en
daar hebben we ooit heel slechte voorbeelden van
gehad maar deze is erg oprecht. Het was namelijk
op Moederdag dat de moeder van Murali overleed en
dat geeft zo’n nummer precies het duwtje naar de
goede kant van de kitsch. Murali speelt een heel
behoorlijk mopje muziek en weet de luisteraar
behoorlijk lang te boeien.. naarmate de CD vordert
heb je wel een beetje het gevoel dat de artiest
echt wel een keer een keuze moet maken… en dat
is dan ook de enige zwakte van dit album en
vergeet niet…dat het wisselen van stijlen
is een genetisch bepaalde eigenwijzigheid die de
familie Coryell
nu eenmaal heeft!
0++++

|
 |