|
Electric Love
Soul
Wolf Mail
LEA productions
Vorig
jaar verscheen in een keer ‘out of the Blue het
live album Live Blues at the red square in
Nederland van de Australische (geboren in Canada)
snaren beul Wolf Mail . Wolf Mail is een kruising
tussen Stevie Ray Vaughan en Jimi
Hendrix genoemd, maar dat gaat mij wat ver That
the boy can play… staat buiten kijf maar het is
nog net even te netjes op Electric Love Soul. WM
weet wel het beste uit z’n gitaar te halen in de
studio, maar de blaartrekkende R&R van het
live album is in geen velden of wegen te vinden.
Electric Love Soul blijft hangen in het Mid tempo
en wijkt daar vrijwel niet vanaf. De stem is
lekker rauw en raspend en het voorkomen van WM
doet in de verte denken aan Michael Hutchence van
INXS. Wat het album
meer dan beluisterbaar maakt is het meer
dan voortreffelijke snarenspel van deze brave
borst. De hoofdmoot wordt gespeeld op een
Telecaster en die heeft van zichzelf al een
lekkere vinnige toon, Wolf Mail weet daar
uitstekend mee te werken en vooral te spelen. Voor
de liefhebbers van de meer slepende Bluesrock in
al haar geledingen is Electric Love Soul prima…ja
bijna verplichte kost.
++++0

Heads
I win, tails you lose
Oli Brown
Ruf records
Fleetwood
Mac, John Mayall, Ten Years after, The Golden
Earring, Focus en zo kan ik nog wel even doorgaan,
dat zijn de namen op het palmares van producer Mike Vernon.
Dus: een van de groten op het gebied van de vroege
Britse Blues uit het eind van de jaren 60 en begin
jaren 70. In 2000 besloot Vernon op 56 jarige
leeftijd met pensioen te gaan en dat heeft hij
volgehouden tot 2010. Toen werd hij door Ruf
records benaderd om
de 19 jarige Oli Brown te helpen met zijn
tweede album. Natuurlijk krijg je dan de
vergelijkingen met Peter Green en Alvin Lee maar
die ‘ere’ divisie moesten we maar snel uit ons
hoofd zetten Heads.. is een prima verzorgd album
maar niet van uitzonderlijke kwaliteit. Daar kan
zelfs een crack als Mike Vernon weinig aan doen.
Brown is een begenadigd songwriter maar lijkt
zoekende te zijn. De covers op het album zijn
vreemd omdat er gepoogd is bij het origineel te
blijven, dat is bij ‘Fever’ uitermate
vervelend en bij No Diggity van Blackstreet is dat
wel weer verassend omdat Rap en R&B bij een
Bluesrock artiest als Brown bijna vloeken in de
kerk is. Maar een verlossende Blueslick bij de
bridge brengt toch een grijns op het gezicht van
elke Blues liefhebber. Brown en Vernon hebben een
goed album afgeleverd, goed…….. maar geen Ere
Divisie!
++000

The
Fight is on
Popa Chubby
Provogue
De overstap van Ted
Horowitz van Dixie Frog naar Provogue heeft
eigenlijk veel te lang op zich laten wachten.
Chubby was een Household name bij Dixie Frog en
deed veel meer dan alleen albums maken, hij
produceerde en schreef en was het gezicht van
Dixie Frog. Dat had als groot nadeel dat hij niet
echt kritisch meer was over zijn eigen producten,
bijna alles was een dubbel album en Chubby begon
zich als een stereo type gedragen.. De New Yorker,
vervelend, arrogant, agressief en vooral
onbenaderbaar.. het was zelfs zo erg dat je van te
voren aan een roadie moest vragen hoe meneer z’n
pet stond voordat je hem ging interviewen. Z’n
albums stonden vol met onzinnige statements en
Chubby had voor veel liefhebbers afgedaan.
Wellicht word Chubby bij het nieuwe label een
stukje meer benaderbaar . Belangrijker is dat Popa
Chubby met dit album weer terug gaat naar de
fans.. hij doet dat middels werken en geven waar
om gevraagd wordt. Want alle kuren en capriolen
ten spijt Popa Chubby is wel een bijzonder talent.
The Fight is on, is hard heel hard. Chubby gaat
regelmatig een stapje verder dan Rock, maar om met
Kenny Everett te spreken: “It’s all done
in the best possible taste!” Meest in het
oog springende cover is Ace Of Spades van
Motörhead, stuwend en vol vuur en toch muzikaal.
Kijk, een ‘attitude’ zal Chubby altijd houden…je
bent niet voor niets New Yorker, maar eindelijk is
er weer eens werk uit waarmee hij die grote bek
weet waar te maken!
++++0

|
 |